Experts in onderwijsadvies met leertechnologie

Lesgeven via Teams is nog geen online onderwijs

blended learning, blog, onderwijsontwerp

Door Anneleen

3 juni 2020

De afgelopen periode hebben veel docenten en leraren heel hard gewerkt aan het bieden van digitaal onderwijs, zodat zij hun studenten en leerlingen tegemoet konden komen toen iedereen plotseling thuis moest blijven. Voor velen was het de eerste, noodgedwongen, kennismaking met onderwijs op afstand. En dat betekende veel vallen en opstaan, met de bijbehorende frustratie en onzekerheid. Maar ook: een groeiend zelfvertrouwen in het eigen kunnen en steeds meer lol in het ontwikkelen van online lessen.

Met deze ervaring zijn velen er achter gekomen dat online onderwijs niet hetzelfde is als onderwijs in een klassensituatie. Dat lijkt natuurlijk een open deur. Maar vaak ontdek je pas wat het écht betekent, als je het ervaart. Opdrachten aanbieden is online niet hetzelfde als in een live situatie. Soms simpelweg omdat je de reacties van je leerlingen of studenten niet kunt zien, maar vooral omdat het andere vaardigheden vraagt van zowel de docent als de lerende. Zowel het ontwerp als de uitvoering van een opdracht is online anders.

Online onderwijs is dan ook meer dan een online les via een digitaal platform. De ontwikkeling van online onderwijs – en daarmee ook blended onderwijs, de mengvorm van deels online en deels live onderwijs – vraagt van docenten echt om een ander manier van denken over en kijken naar lesmateriaal. 

De ontwikkeling van online onderwijs vraagt van een docent om een ander manier van denken over en kijken naar lesmateriaal.

Ja: het denkproces bij dat herontwerp neemt (veel) tijd. Het betekent ook deels loslaten wat je tot nu toe deed. Tegelijkertijd kan het heel veel opleveren: een nieuw elan aan de lesstof, meer diversiteit in het aanbod en meer mogelijkheden om te differentiëren. Wat bedoelen we met ‘anders denken’ wanneer je echt online of blended onderwijs wilt ontwerpen, terwijl je voorheen altijd hebt lesgegeven in een klassensituatie?

 

Nogmaals: we hebben het hier over online onderwijs dat de lerende individueel uitvoert en doorloopt via een digitale leeromgeving. Dat gaat dus verder dan een online les via bijvoorbeeld Microsoft Teams, Google Meet of Zoom, waarbij de docent een les via het scherm geeft. 

Bij de omzetting van een klassikale naar een online les, worden elementen vervangen door digitale vormen of ze komen geheel te vervallen.

1. Analyseer wat je hebt

Onderwijs in een klassensituatie duurt normaal gesproken vrij lang. Lessen duren veelal 45 tot 90 minuten; cursussen een dagdeel, een dag of zelfs meerdere dagen. Online leren gaat anders en vooral: deelnemers ervaren het anders. Ze werken op een plek die voor hen prettig is, hebben geen reistijd en zij kunnen het tijdstip waarop ze leren zelf bepalen.

Een online setting is onder andere daardoor veel informeler. Mensen die e-learning volgen verwachten ook een informelere opzet van online lesmateriaal, met kortere onderdelen en afwisselend aanbod. Bij de omzetting van een klassikale les naar een online vorm, komen dus elementen te vervallen. Andere onderdelen kunnen wellicht beter worden vervangen door relevantere vormen die beter passen in een digitale omgeving.

Als docent zal je dus kritisch moeten zijn, en een nauwkeurige analyse moeten maken van wat je hebt. Vergelijk het met een voorraadkast: eens in de zoveel tijd mest je deze uit. De artikelen die over tijd zijn gooi je weg, wat je in een impuls hebt gekocht maar eigenlijk nergens in blijkt te kunnen verwerken geef je aan de buren en de kwalitatief goede spullen zet je overzichtelijk neer zodat je ze makkelijk kunt pakken. En zo staat alles klaar om een heerlijke maaltijd te kunnen bereiden.

Om dit overzicht te krijgen, leg je alle spullen uit de voorraadkast eerst op de keukentafel, om ze goed te kunnen beoordelen.

Over het geheel stel je vragen als:

– Wat was mijn oorspronkelijke idee achter de ontwikkeling van deze les/cursus?

– Waarom bied ik deze les/cursus nog steeds aan?

– Heb ik nog wensen voor deze les/cursus?

Kritische vragen

Om bestaand lesmateriaal te kunnen analyseren, leg je denkbeeldig al het materiaal en alle onderdelen van je les of cursus op tafel. Noteer ze bijvoorbeeld in een overzicht. Vervolgens laat je er een aantal vragen op los. Het gaat dan vooral om de leerdoelen die je wilt bereiken.

Na deze nauwkeurige analyse, beoordeel je van elk onderdeel of het bewaard moeten blijven. Sommige onderdelen kunnen wellicht een herziening of opfrisbeurt gebruiken. Andere zijn wellicht (op deze plek) niet meer noodzakelijk om het lesdoel dat je wilt bereiken, te behalen.

Om overbelasting te voorkomen, verdeel je de onderdelen in basismateriaal en aanvullend materiaal. De lerende zal makkelijker door de stof heenkomen als er een opbouw zit in de complexiteit van het aangeboden leermateriaal.

Per onderdeel of materiaalsoort (bijvoorbeeld tekst/artikel, instructievideo, opdracht, discussie, …) vraag je je af:

– Welke meetbare (leer)doelen zijn ermee bereikt?

– Is er in de tussentijd, dus tussen het ontwerp van de les/cursus en nu, iets veranderd waardoor de oorspronkelijke doelen niet meer zo belangrijk zijn?

– Zijn er momenteel andere (leer)doelen belangrijker geworden?

2. Doelen bepalen per onderdeel

In eerste instantie ben je waarschijnlijk geneigd om alle doelstellingen die je had voor de klassikale les, over te hevelen naar de online les. Maar dat werkt niet. Online neem je niet heel lang de tijd om de stof stapje voor stapje te doorlopen, en het gaat ook niet op hetzelfde tempo. Denk maar aan instructiefilmpjes die je op YouTube bekijkt: hoe vaak scroll je wel niet door om uit te komen bij het moment dat de instructie voor jou echt relevant is?

De lerende ziet in een online omgeving makkelijker welke onderdelen nog komen. Daardoor zal hij geneigd zijn om de onderdelen die hij al beheerst, over te slaan en direct door te gaan naar wat nieuw voor hem is. De doelen van een online les of cursus zullen moeten worden aangepast aan deze leerhouding. Het liefst zijn ze individueel te benaderen per lesonderdeel. Korter en kwalitatief goed, is beter dan langdradig en ontoegankelijk.

Schat ook in hoeveel tijd elk onderdeel in beslag neemt en noteer dit ook in het overzicht per lesonderdeel of materiaalsoort. Tel daarbij alles eerlijk mee zodat je erachter komt of de lerende niet overvoerd wordt. De neiging bij het ontwerp van online onderwijs is namelijk vaak om er steeds meer bij te stoppen.

Wanneer je meer geoefend bent in online lesontwerp, kun je verschillende routes aangeven. Bijvoorbeeld voor mensen die meer ondersteuning, uitleg of achtergrond nodig hebben, en anderen die juist meer verdieping of verbreding aankunnen.

Niveaus in het aanbod

De niveaus uit de taxonomie van Bloom, namelijk onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren, kun je toepassen om haalbare leerdoelen te formuleren. Uiteraard hoeven niet alle niveaus in elke les of cursus voor te komen. Wel is het goed om je bij elk onderdeel af te vragen: welk leerdoel wil ik hiermee bereiken? En is dit de juiste vorm om dit leerdoel te bereiken, of kan ik beter een andere vorm kiezen?

De keuze voor een werkvorm hangt af van de docent, de technologische infrastructuur, het budget en beschikbare ontwikkeltijd – maar vooral van het leerdoel.

3. ‘Vorm’ en ‘smaak’ van het materiaal

Daarmee zijn we aanbeland bij de derde fase in het online leerontwerp: het aanbod van leermaterialen. Sommige cursussen hebben voldoende aan basismateriaal om de leerdoelen te bereiken. Andere leerdoelen vragen om zeer interactieve werkvormen, met gebruik van veel multimedia of zelfs virtuele of ‘aangevulde’ realiteit (virtual reality/VR of augmented reality/AR).

De keuze voor een werkvorm zal afhangen van de voorkeuren en het kennisniveau van de docent, van de technologische infrastructuur waarin gewerkt wordt, de inhoud, de lerende en uiteraard het budget en de beschikbare ontwikkeltijd. Maar het zou vooral af moeten hangen van het leerdoel dat je als docent wil bereiken. De centrale vraag bij een keuze is dan ook: is dit de beste vorm voor datgene wat ik wil bereiken?

Enkele 'smaken' van werkvormen

Interactief leren is waarschijnlijk de meest populaire vorm van online leren doordat het de positieve aspecten van online gaming in zich heeft. Je moet taken uitvoeren en je ziet gelijk wat dat je oplevert.
De simpelste manier om een cursus interactief te maken is door het toevoegen van quizzes, vragen of op te lossen kleine ‘problemen’. Wie deze vorm van leren prettig vindt, houdt veelal ook van video en plaatjes, zoals bijvoorbeeld infographics.

Ga na wat jouw ‘publiek’ nodig heeft en zorg ervoor dat je elementen invoegt die daarbij aansluiten. Houdt de lengte en moeilijkheid van teksten (zeer) beperkt.

‘Lees en klik’ is de makkelijkste vorm om te ontwerpen, vooral als je iets kunt bewerken dat er al is.
Modules van deze vorm bestaan uit tekst met een paar plaatjes, eventueel audio-materiaal en een paar basis-quizvragen.

Wanneer er vrij droge informatie overgedragen moet worden, is dit een prima vorm. Maar het is niet echt uitdagend. En wanneer het doel van de module bijvoorbeeld gedragsverandering is, is het beter om meer complexe technieken in te zetten.

Simulaties vragen veel meer van de technologische infrastructuur en kennis van de ontwerper. Want het gaat hier om zeer interactieve vormen, die gebruik maken van hoogwaardige video, meerdere omgevingen, avatars en complexe scenario’s. Zo is het bijvoorbeeld gewenst als de deelnemers verschillende versies kunnen ontdekken.
Simulaties zijn dus de vorm waarmee je de meeste betrokkenheid creëert, maar het vraagt om een zeer complex ontwerpproces.

Online lesontwerp is opnieuw beginnen

Wanneer je het gevoel hebt dat je, wanneer je je live lessen omzet naar online lessen, vanaf het begin moet beginnen – dan heb je helemaal gelijk. Zelfs als je alle informatie paraat hebt en niet op zoek hoeft naar meer achtergrond bij het onderwerp, is een online lesomgeving totaal anders. Bovendien verwachten je leerlingen of studenten iets heel anders dan bij een fysieke les. Bovenstaande fases vormen een cyclisch proces: bij stap drie kun je erachter komen dat een onderdeel meer tijd in beslag neemt om uit te voeren dan je in stap twee had gepland. En dus kijk je nogmaals met de bril op van stap een en twee om te zien andere onderdelen kunnen vervallen of herzien moeten worden. Ook na het uitproberen van je les met

Het harde werken is echter niet voor niets. De betrokkenheid van de lerende en hoe lang zij informatie vasthouden, is bij online leren vaak groter dan bij live lessen. Bovendien ben je als docent echt inhoudelijk met je lesstof bezig bij het ontwerp, en dat is erg inspirerend. Het geeft een nieuwe blik op je vak.

 

Dit artikel is een vertaling en bewerking van een blog van MATRIX LMS: ‘3 Basic steps to take when transferring training online‘.

Eduseries heeft MATRIX LMS als digitale leeromgeving.

Meer artikelen

Meer artikelen

We hebben de eerste prijs!

We hebben de eerste prijs!

Op dinsdag 17 juni ontvingen wij uit handen van Velon de eerste prijs voor het beste artikel van de jaargang 2019 van het Tijdschrift voor Lerarenopleiders.

Lees meer

Over onze artikelen

Over onze artikelen

Eén van onze uitgangspunten is de ontsluiting van (wetenschappelijke) kennis over leren voor het onderwijs. Veel van onze artikelen zijn dan ook gebaseerd op, een vertaling van en een bewerking van onderzoeksartikelen. Uiteraard noemen wij in dat geval altijd de bron(nen) waar wij ons op baseren. 

Links
  • EduSeries
  • Online leren
  • Carpe Diem
Volg ons op